Noodplanning

Noodplanning

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen om incidenten te vermijden, bestaat het nulrisico niet. Zowel de bedrijven als de overheden bereiden daarom noodplannen voor.

Intern noodplan

Indien er zich een noodsituatie voordoet, zal de exploitant van het bedrijf proberen om de situatie op technisch vlak zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Daarvoor maken alle Seveso-ondernemingen (hoge en lage drempel) een intern noodplan op, dat is afgestemd op het extern noodplan van de overheden.

Extern noodplan

Lokale overheden hebben de verplichting om noodplannen op te stellen met voor de veiligheid op hun grondgebied (KB 16/02/06 betreffende nood-en interventieplannen en Wet op Civiele Bescherming 31/12/1963). Die plannen beschrijven de maatregelen en de organisatie van de hulpverlening bij een noodsituatie.

Er zijn 3 soorten noodplannen:

  • Algemeen Nood- en Interventieplan (ANIP): verplicht in elke gemeente en provincie. Om de gevolgen van een noodsituatie te beperken, is een grondige voorbereiding noodzakelijk, met betrekking tot:
    • Risico-identificatie en –analyse
    • opleiding en oefenbeleid,
    • procedure voor alarmering
    • infrastructuur voor crisisbeheer,
    • betrokken diensten en opdrachten,
    • informatie aan de bevolking,
    • terugkeer naar normale situatie,
    • ...
  • Bijzonder Nood-en Interventieplan (BNIP): enkel voor hogedrempelbedrijven. Een BNIP bevat aanvullingen op het ANIP, zoals specifieke voorwaarden en middelen voor een bepaald risico, bv. beschermingskledij, aanrijroutes, …
  • Mono-disciplinaire interventieplannen (link) 

De provinciegouverneur stelt het BNIP Seveso op. Elk ontwerp dient ter consultatie van het publiek te worden voorgelegd.

De maatregelen die in het BNIP worden voorbereid zijn van toepassing op de noodplanningszone